1: Visie op het vak
In
het leerplan van het eerste leerjaar A staat dat
Plastische opvoeding een wezenlijk en noodzakelijk onderdeel is van de algemene vorming van iedereen.
Als algemeen vormend vak wil PO, via de beeldende communicatie,
jongeren helpen bij het zoeken naar zichzelf en hun plaats in de maatschappij,
om zo in de samenleving op een zinvolle en authentieke
manier te functioneren. In het leerplan van de 2e graad haarzorg
wordt eveneens de brede authentieke ontwikkeling van de jongere als
overkoepelend doel gesteld. Ook wordt in beide leerplannen de nood aan creatief
denken belicht.
2: Beginsituatie
In het leerplan van het eerste
leerjaar A staat dat een belangrijke taak voor de PO leraar authenticiteit
en originaliteit nastreven is.
Ook wordt de nadruk gelegd op de
heterogeniteit binnen een groep. Dit wel zeggen dat ze een verschillende
ontwikkelde beeldtaal hebben.
De leerlingen weten al dat een proces
evolueert van beschouwen naar creëren, wat eveneens de grondpeilers zijn van po
in het secundair onderwijs. Verder wordt er ook nog gesproken over het
verwerven van een aantal streefdoelen op cognitief, dynamisch-affectief en
psychomotorisch vlak.
In het leerplan van 2e
graad haarzorg staat eigenlijk enkel dat
jongeren aan de instapsvereisten van de 2e graad moeten voldoen om
te kunnen starten en dat in de eerste graad eveneens de nadruk op beschouwen en
creeëren gelegd wordt
3: Doelstellingen / leerplan doelstellingen
In het leerplan van het eerste
leerjaar A zijn er specifieke Eindtermen die moeten bereikt worden via de te
behalen leerplandoelstellingen. In het leerplan van 2e graad
haarzorg spreken we echter enkel over doelstellingen. Beide leerplannen sommen
de ondersteunende kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes op die
leerlingen moeten bezitten om de doelstellingen te behalen. Eveneens vind je in
het leerplan van het eerste leerjaar A verwijzingen naar voeten die nagestreefd
kunnen worden.
4: Pedagogisch didactische aanpak
In beide leerplannen wordt bij de aanpak gesproken over
zelfstandigheidsdidactiek, alleen wordt deze in het leerplan 1e
leerjaar A aangevuld met de OVUR methode. Beide leerplannen vermelden ook de
procesmap als onontbeerlijk middel voor de leerlingen om zijn eigen proces te
evalueren. Deze evaluatie legt in beide leerplannen de nadruk op
procesevaluatie en in mindere mate; productevaluatie. Deze laatste moet ook
aanzetten tot zelfreflectie. In beide gevallen is het bepalen van evaluatiecriteria ook een taak van de leerkracht.
5: Conclusie
De kern van beide leerplannen is volgens mij gelijk. De beschrijving van het vak PO als middel om tot een authentiek persoon te groeien en de noodzaak van de ontwikkeling van creatief denken en leren communiceren met beeldtaal staat centraal. Ook bij de pedagogisch didactische aanpak zijn er veel gelijkenissen, vooral ook op het vlak van evalueren. Het proces is belangrijker dan het resultaat. De grootste verschillen vind je waarschijnlijk bij de doelstellingen. Het is voor leerlingen haartooi bijvoorbeeld enkel noodzakelijk om de doelstellingen te halen. Over Eindtermen en voeten worden niet echt gesproken. De opdrachten zullen ook vaak aanleunen bij de keuze van de studierichting. Over de beginsituatie tenslotte wordt er veel uitgebreider op in gegaan in het leerplan van het eerste leerjaar A om de vele verschillen tussen de leerlingen aan te tonen en de heterogeniteit te beklemtonen.
.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten