vrijdag 18 oktober 2013

Blogopdracht 4

1. Inhoud
Een goed evenwicht tussen VOETEN en leerplandoelstellingen is belangrijk:
Voeten kunnen, wanneer op een goede manier geïntegreerd de les net versterken i.p.v. in de weg staan.
Bij het lesgeven moet je elke keer opnieuw rekening houden met het niveau van de klas, hun persoonlijke leefwereld,... Dit is niet altijd eenvoudig. Vakleerkracht zullen tijdens de stage vaak al een ingebouwde routine hebben waar je best niet te veel van afwijkt. Het is immers onmogelijk om op 2 weken de hele werkwijze in een klas te veranderen. Over inhoud valt wel te discussiëren als je initiatief neemt. De eerste indruk die je op je klas maakt, is toonaangevend.

2. verassend / niet verassend.

Tijdens de observatieweek dien je niet zomaar de kinderen te observeren, je moet op specifieke dingen letten, zoals wat zij hip en cool vinden, hoeveel tijd ze voor hun opdrachten nodig hebben en welke routine ze gebruiken om bijvoorbeeld de klas binnen te komen, op te ruimen en te verlaten, enz.
Je moet ook andere dingen achterhalen zoals waar er gedemonstreerd wordt en of er een procesmap bijgehouden wordt.
Ook is het noodzakelijk om de eerste les volledig aanwezig te zijn. Dit zijn allemaal dingen die je denkt je zowiezo te doen, tot het er op aan komt. Ik denk dat ik nu extra aandacht ga besteden aan een goede eerste indruk en mijn positie als leerkracht tegenover de klas.

3. persoonlijke reflectie

Ik ben blij dat ik deze laatste les zoveel informatie over de stageperiode heb gekregen, want voor mijn ander vak was dit helemaal niet zo. Ik heb ook meer het gevoel dat ik niet enkel voor de les PO begeleiding hierin heb gehad maar voor beide vakken, hoe je als leerkracht tegenover de klas moet staan en dingen waar je op moet letten bij de observatieweek. Maar ook zaken waarmee je rekening moet houden zoals de routines van de vakleerkracht, ook degene die hij of zij niet vermeld. Langs de ene kant zou je kunnen zeggen dat ik er geruster in ben omdat ik nu toch wel een idee heb van wat ik moet doen en hoe het er aan toe zou kunnen gaan, langs de andere kant heb ik toch wat meer zenuwen die nog eens worden versterkt doordat ik nog geen stageplaats heb. Dit gezegd zijnde, ga ik toch alles geven om mij te bewijzen als leerkracht voor een klas.



zondag 6 oktober 2013

Blogopdracht 2 vd2 Po

Deel 1: Lesreflectie

 Lesinhoud

1. De les ging over rekening houden met de leerlingen als individu door in te spelen op diverse beginsituaties. Wanneer je een gemeenschappelijk thema krijgt waar de school bijvoorbeeld een maand lang rond werkt, kan je dit op veel verschillende manieren geven. De grootste verschillen vind je tussen jongens en meisjes en tussen ASO richtingen en beroepsgeoriënteerde richtingen. Ook is er sprake van verticale gradatie over de graden heen, m.a.w. de opdrachten worden complexer.

Daarnaast is er gesproken geweest over werkblaadjes en wat ze kunnen bevatten en wanneer en hoe je ze kan inzetten. Tenslotte is ook de procesmap aangegeven als een belangrijk iets wat de leerling hanteert om over zijn eigen proces te reflecteren.

Het was niet verassend voor me dat de procesmap een belangrijk gegeven was bij lessen P.O. in het secundair. Ik had er gewoon enkel nog niet aan gedacht om bijvoorbeeld in de les met werkblaadjes te werken die verzameld kunnen worden in deze procesmap, of ze door middel van bvb kleine schetsjes of ze zelf informatie te laten opzoeken een groeidossier te laten maken waarin dit alles vervat zit. Die manier van zelfreflectie is niet enkel goed voor de leerling om over zijn eigen proces na te denken maar het is ook praktisch voor de leerkracht om te zien waar de leerling staat. Het kan zelf over verschillende jaren gebruikt worden en helpt de leerling de vervaardigde kennis bij te houden.

Wel vond ik het verrassend dat de beginsituatie zo belangrijk is en dat deze zo divers kan zijn. Het is leuk om te ontdekken dat verschillende oriëntaties van richtingen, een andere aanpak van de leerkracht of les kunnen vragen en dat er wordt ingespeeld op de vaardigheden en behoeften van de leerlingen.

Persoonlijk vond ik deze les een belangrijke aanvulling op wat er al gezien geweest is en ik  vind dat er wel veel gezegd is dat stof tot nadenken geeft. Ook zou ik later in mijn lessen zeker een soort van groeidossier / procesmap implenteren om te kunnen inspelen op de persoonlijke behoeften van mijn leerlingen.


Deel 2: De procesmap

Ik zou mijn leerlingen een soort groeidossier laten maken waarin de kern van elke les qua KB, materiaal en techniek vervat zit. Een naam hoeft voor mij niet te speciaal te zijn maar zou bijvoorbeeld; "mijn persoonlijk groeidossier" of "Po Ladder" kunnen heten.
Van elke les zou ik verwachten van mijn leerlingen dat het dossier een schets bevat van bijvoorbeeld geziene KB of waarnemingstekenen alsook de werkblaadjes die ze krijgen, die op hun beurt een goede samenvatting van de les vormen en waarop ze zelf kunnen experimenteren. Daarnaast zouden ze via dit dossier de kans krijgen om extra pluspuntjes te verkrijgen door zelf informatie over kunstenaars of technieken te verzamelen en in het dossier te bevestigen. Tenslotte zou ik de leerlingen willen vragen om op het einde van de les een korte reflectie te schrijven over wat ze van de les vonden en waar ze het moeilijk mee hadden, wat ze hebben bijgeleerd en wat ze anders hadden gedaan.

Deze procesmap wordt dan bijgehouden door de leerlingen en wordt dan ongeveer 2x per semester gecontroleerd.

Het doel van de werkblaadjes die ik zou geven zou zijn om de leerling aan te zetten tot creatief denken, ze een samenvatting geven van de technieken en het stappenplan alsook de ruimte om zelf te experimenteren met aangeleerde technieken of materialen. Ik zou de leerlingen zou weinig mogelijk laten schrijven maar ze door middel van iets leukere opdrachten erdoorheen leiden. Ze kunnen bijvoorbeeld gevraagd worden om dingen te verbinden of aan te duiden, korte schetsen te maken, stukjes voor te lezen of materiaal of techniek te testen. Ik zou deze werkblaadjes niet in 1 keer erdoorheen draaien maar tijdens bepaalde sleutelmomenten in de les integreren, zoals na het aanleren van een techniek of voor een belangrijke fase in de les, tijdens de inleiding maar eveneens op het einde, enz...

De werkblaadjes zijn dus geen leidraad voor de les maar kunnen wel hulp bieden bij de verschillende stappen en de leerlingen aanzetten tot creatief, probleemoplossend denken.

Indien tenslotte leerlingen info aanhalen die eigenlijk wel relevant is zou ik dit verzamelen en op het einde van elke grote les ze dit ofwel zelf laten noteren ofwel uitgeprint meegeven zodat ze dit in hun groeidossier kunnen stoppen.




zaterdag 5 oktober 2013

Blogopdracht 1 deel 2

Deel 2 : Het vergelijken van de leerplannen.

1: Visie op het vak



In het leerplan van het eerste leerjaar A  staat dat
Plastische opvoeding  een wezenlijk en noodzakelijk onderdeel is van de algemene vorming van iedereen.
Als algemeen vormend vak wil PO, via de beeldende communicatie, jongeren helpen bij het zoeken naar zichzelf en hun plaats in de maatschappij, om zo in de samenleving op een zinvolle en authentieke manier te functioneren. In het leerplan van de 2e graad haarzorg wordt eveneens de brede authentieke ontwikkeling van de jongere als overkoepelend doel gesteld. Ook wordt in beide leerplannen de nood aan creatief denken belicht.



2: Beginsituatie



In het leerplan van het eerste leerjaar A  staat dat  een belangrijke taak voor de PO leraar authenticiteit en originaliteit nastreven is.
Ook wordt de nadruk gelegd op de heterogeniteit binnen een groep. Dit wel zeggen dat ze een verschillende ontwikkelde beeldtaal hebben.
De leerlingen weten al dat een proces evolueert van beschouwen naar creëren, wat eveneens de grondpeilers zijn van po in het secundair onderwijs. Verder wordt er ook nog gesproken over het verwerven van een aantal streefdoelen op cognitief, dynamisch-affectief en psychomotorisch vlak.

In het leerplan van 2e graad haarzorg staat eigenlijk enkel  dat jongeren aan de instapsvereisten van de 2e graad moeten voldoen om te kunnen starten en dat in de eerste graad eveneens de nadruk op beschouwen en creeëren gelegd wordt

3: Doelstellingen / leerplan doelstellingen


In het leerplan van het eerste leerjaar A zijn er specifieke Eindtermen die moeten bereikt worden via de te behalen leerplandoelstellingen. In het leerplan van 2e graad haarzorg spreken we echter enkel over doelstellingen. Beide leerplannen sommen de ondersteunende kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes op die leerlingen moeten bezitten om de doelstellingen te behalen. Eveneens vind je in het leerplan van het eerste leerjaar A verwijzingen naar voeten die nagestreefd kunnen worden.


4: Pedagogisch didactische aanpak 



In beide leerplannen wordt bij de aanpak gesproken over zelfstandigheidsdidactiek, alleen wordt deze in het leerplan 1e leerjaar A aangevuld met de OVUR methode. Beide leerplannen vermelden ook de procesmap als onontbeerlijk middel voor de leerlingen om zijn eigen proces te evalueren. Deze evaluatie legt in beide leerplannen de nadruk op procesevaluatie en in mindere mate; productevaluatie. Deze laatste moet ook aanzetten tot zelfreflectie. In beide gevallen is het bepalen van evaluatiecriteria ook een taak van de leerkracht.



5: Conclusie

 De kern van beide leerplannen is volgens mij gelijk. De beschrijving van het vak PO als middel om tot een authentiek persoon te groeien en de noodzaak van de ontwikkeling van creatief denken en leren communiceren met beeldtaal staat centraal. Ook bij de pedagogisch didactische aanpak zijn er veel gelijkenissen, vooral ook op het vlak van evalueren. Het proces is belangrijker dan het resultaat. De grootste verschillen vind je waarschijnlijk bij de doelstellingen. Het is voor leerlingen haartooi bijvoorbeeld enkel noodzakelijk om de doelstellingen te halen. Over Eindtermen en voeten worden niet echt gesproken. De opdrachten zullen ook vaak aanleunen bij de keuze van de studierichting. Over de beginsituatie tenslotte wordt er veel uitgebreider op in gegaan in het leerplan van het eerste leerjaar A om de vele verschillen tussen de leerlingen aan te tonen en de heterogeniteit te beklemtonen.

.