woensdag 27 november 2013

Blogopdracht 5

BLOGOPDRACHT 5


1. Formuleer welke voorbereiding jij heel specifiek eigenlijk nog nodig had, voor de 
stagesituatie waarin jij terecht bent gekomen. Omschrijf daarbij kort jouw stagesituatie.

Ik ben voor P.O. in 3 klassen terecht gekomen die toch iets meer moeite hadden om geconcentreerd te luisteren en te werken. Ik had op het vlak van klasmanagement nog niet genoeg voorbereiding gehad vond ik. De demonstraties verliepen, zeker in de eerste week nogal stroef en ik had moeite met structuur aan te brengen in het geheel.

2. Hoe zie je die voorbereiding? Onder welke vorm? Door wie? 

Ik vind het bijvoorbeeld spijtig dat er de week voor de stage geen algemeen moment is geweest om ons beter voor te bereiden op het lesgeven zelf en het omgaan met de klas. Enkel bij POVD2 is er wat extra informatie en voorbereiding op de stage in het algemeen geweest. Bij mijn ander vak of algemeen was er daar geen sprake van.

3. Wat wil je nog bijsturing / extra oefening over krijgen naar de volgende stagesituatie? 

Demonstratie en werkblaadjes.

4. Hoe zie je die bijsturing? Onder welke vorm? Door wie? 

Misschien een kort individueel gesprek met een stagebegeleider of contactpersoon die je ze helpt om goed te kunnen starten. Op die manier wordt je toch niet opeens in het diepe gegooid.

vrijdag 18 oktober 2013

Blogopdracht 4

1. Inhoud
Een goed evenwicht tussen VOETEN en leerplandoelstellingen is belangrijk:
Voeten kunnen, wanneer op een goede manier geïntegreerd de les net versterken i.p.v. in de weg staan.
Bij het lesgeven moet je elke keer opnieuw rekening houden met het niveau van de klas, hun persoonlijke leefwereld,... Dit is niet altijd eenvoudig. Vakleerkracht zullen tijdens de stage vaak al een ingebouwde routine hebben waar je best niet te veel van afwijkt. Het is immers onmogelijk om op 2 weken de hele werkwijze in een klas te veranderen. Over inhoud valt wel te discussiëren als je initiatief neemt. De eerste indruk die je op je klas maakt, is toonaangevend.

2. verassend / niet verassend.

Tijdens de observatieweek dien je niet zomaar de kinderen te observeren, je moet op specifieke dingen letten, zoals wat zij hip en cool vinden, hoeveel tijd ze voor hun opdrachten nodig hebben en welke routine ze gebruiken om bijvoorbeeld de klas binnen te komen, op te ruimen en te verlaten, enz.
Je moet ook andere dingen achterhalen zoals waar er gedemonstreerd wordt en of er een procesmap bijgehouden wordt.
Ook is het noodzakelijk om de eerste les volledig aanwezig te zijn. Dit zijn allemaal dingen die je denkt je zowiezo te doen, tot het er op aan komt. Ik denk dat ik nu extra aandacht ga besteden aan een goede eerste indruk en mijn positie als leerkracht tegenover de klas.

3. persoonlijke reflectie

Ik ben blij dat ik deze laatste les zoveel informatie over de stageperiode heb gekregen, want voor mijn ander vak was dit helemaal niet zo. Ik heb ook meer het gevoel dat ik niet enkel voor de les PO begeleiding hierin heb gehad maar voor beide vakken, hoe je als leerkracht tegenover de klas moet staan en dingen waar je op moet letten bij de observatieweek. Maar ook zaken waarmee je rekening moet houden zoals de routines van de vakleerkracht, ook degene die hij of zij niet vermeld. Langs de ene kant zou je kunnen zeggen dat ik er geruster in ben omdat ik nu toch wel een idee heb van wat ik moet doen en hoe het er aan toe zou kunnen gaan, langs de andere kant heb ik toch wat meer zenuwen die nog eens worden versterkt doordat ik nog geen stageplaats heb. Dit gezegd zijnde, ga ik toch alles geven om mij te bewijzen als leerkracht voor een klas.



zondag 6 oktober 2013

Blogopdracht 2 vd2 Po

Deel 1: Lesreflectie

 Lesinhoud

1. De les ging over rekening houden met de leerlingen als individu door in te spelen op diverse beginsituaties. Wanneer je een gemeenschappelijk thema krijgt waar de school bijvoorbeeld een maand lang rond werkt, kan je dit op veel verschillende manieren geven. De grootste verschillen vind je tussen jongens en meisjes en tussen ASO richtingen en beroepsgeoriënteerde richtingen. Ook is er sprake van verticale gradatie over de graden heen, m.a.w. de opdrachten worden complexer.

Daarnaast is er gesproken geweest over werkblaadjes en wat ze kunnen bevatten en wanneer en hoe je ze kan inzetten. Tenslotte is ook de procesmap aangegeven als een belangrijk iets wat de leerling hanteert om over zijn eigen proces te reflecteren.

Het was niet verassend voor me dat de procesmap een belangrijk gegeven was bij lessen P.O. in het secundair. Ik had er gewoon enkel nog niet aan gedacht om bijvoorbeeld in de les met werkblaadjes te werken die verzameld kunnen worden in deze procesmap, of ze door middel van bvb kleine schetsjes of ze zelf informatie te laten opzoeken een groeidossier te laten maken waarin dit alles vervat zit. Die manier van zelfreflectie is niet enkel goed voor de leerling om over zijn eigen proces na te denken maar het is ook praktisch voor de leerkracht om te zien waar de leerling staat. Het kan zelf over verschillende jaren gebruikt worden en helpt de leerling de vervaardigde kennis bij te houden.

Wel vond ik het verrassend dat de beginsituatie zo belangrijk is en dat deze zo divers kan zijn. Het is leuk om te ontdekken dat verschillende oriëntaties van richtingen, een andere aanpak van de leerkracht of les kunnen vragen en dat er wordt ingespeeld op de vaardigheden en behoeften van de leerlingen.

Persoonlijk vond ik deze les een belangrijke aanvulling op wat er al gezien geweest is en ik  vind dat er wel veel gezegd is dat stof tot nadenken geeft. Ook zou ik later in mijn lessen zeker een soort van groeidossier / procesmap implenteren om te kunnen inspelen op de persoonlijke behoeften van mijn leerlingen.


Deel 2: De procesmap

Ik zou mijn leerlingen een soort groeidossier laten maken waarin de kern van elke les qua KB, materiaal en techniek vervat zit. Een naam hoeft voor mij niet te speciaal te zijn maar zou bijvoorbeeld; "mijn persoonlijk groeidossier" of "Po Ladder" kunnen heten.
Van elke les zou ik verwachten van mijn leerlingen dat het dossier een schets bevat van bijvoorbeeld geziene KB of waarnemingstekenen alsook de werkblaadjes die ze krijgen, die op hun beurt een goede samenvatting van de les vormen en waarop ze zelf kunnen experimenteren. Daarnaast zouden ze via dit dossier de kans krijgen om extra pluspuntjes te verkrijgen door zelf informatie over kunstenaars of technieken te verzamelen en in het dossier te bevestigen. Tenslotte zou ik de leerlingen willen vragen om op het einde van de les een korte reflectie te schrijven over wat ze van de les vonden en waar ze het moeilijk mee hadden, wat ze hebben bijgeleerd en wat ze anders hadden gedaan.

Deze procesmap wordt dan bijgehouden door de leerlingen en wordt dan ongeveer 2x per semester gecontroleerd.

Het doel van de werkblaadjes die ik zou geven zou zijn om de leerling aan te zetten tot creatief denken, ze een samenvatting geven van de technieken en het stappenplan alsook de ruimte om zelf te experimenteren met aangeleerde technieken of materialen. Ik zou de leerlingen zou weinig mogelijk laten schrijven maar ze door middel van iets leukere opdrachten erdoorheen leiden. Ze kunnen bijvoorbeeld gevraagd worden om dingen te verbinden of aan te duiden, korte schetsen te maken, stukjes voor te lezen of materiaal of techniek te testen. Ik zou deze werkblaadjes niet in 1 keer erdoorheen draaien maar tijdens bepaalde sleutelmomenten in de les integreren, zoals na het aanleren van een techniek of voor een belangrijke fase in de les, tijdens de inleiding maar eveneens op het einde, enz...

De werkblaadjes zijn dus geen leidraad voor de les maar kunnen wel hulp bieden bij de verschillende stappen en de leerlingen aanzetten tot creatief, probleemoplossend denken.

Indien tenslotte leerlingen info aanhalen die eigenlijk wel relevant is zou ik dit verzamelen en op het einde van elke grote les ze dit ofwel zelf laten noteren ofwel uitgeprint meegeven zodat ze dit in hun groeidossier kunnen stoppen.




zaterdag 5 oktober 2013

Blogopdracht 1 deel 2

Deel 2 : Het vergelijken van de leerplannen.

1: Visie op het vak



In het leerplan van het eerste leerjaar A  staat dat
Plastische opvoeding  een wezenlijk en noodzakelijk onderdeel is van de algemene vorming van iedereen.
Als algemeen vormend vak wil PO, via de beeldende communicatie, jongeren helpen bij het zoeken naar zichzelf en hun plaats in de maatschappij, om zo in de samenleving op een zinvolle en authentieke manier te functioneren. In het leerplan van de 2e graad haarzorg wordt eveneens de brede authentieke ontwikkeling van de jongere als overkoepelend doel gesteld. Ook wordt in beide leerplannen de nood aan creatief denken belicht.



2: Beginsituatie



In het leerplan van het eerste leerjaar A  staat dat  een belangrijke taak voor de PO leraar authenticiteit en originaliteit nastreven is.
Ook wordt de nadruk gelegd op de heterogeniteit binnen een groep. Dit wel zeggen dat ze een verschillende ontwikkelde beeldtaal hebben.
De leerlingen weten al dat een proces evolueert van beschouwen naar creëren, wat eveneens de grondpeilers zijn van po in het secundair onderwijs. Verder wordt er ook nog gesproken over het verwerven van een aantal streefdoelen op cognitief, dynamisch-affectief en psychomotorisch vlak.

In het leerplan van 2e graad haarzorg staat eigenlijk enkel  dat jongeren aan de instapsvereisten van de 2e graad moeten voldoen om te kunnen starten en dat in de eerste graad eveneens de nadruk op beschouwen en creeëren gelegd wordt

3: Doelstellingen / leerplan doelstellingen


In het leerplan van het eerste leerjaar A zijn er specifieke Eindtermen die moeten bereikt worden via de te behalen leerplandoelstellingen. In het leerplan van 2e graad haarzorg spreken we echter enkel over doelstellingen. Beide leerplannen sommen de ondersteunende kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes op die leerlingen moeten bezitten om de doelstellingen te behalen. Eveneens vind je in het leerplan van het eerste leerjaar A verwijzingen naar voeten die nagestreefd kunnen worden.


4: Pedagogisch didactische aanpak 



In beide leerplannen wordt bij de aanpak gesproken over zelfstandigheidsdidactiek, alleen wordt deze in het leerplan 1e leerjaar A aangevuld met de OVUR methode. Beide leerplannen vermelden ook de procesmap als onontbeerlijk middel voor de leerlingen om zijn eigen proces te evalueren. Deze evaluatie legt in beide leerplannen de nadruk op procesevaluatie en in mindere mate; productevaluatie. Deze laatste moet ook aanzetten tot zelfreflectie. In beide gevallen is het bepalen van evaluatiecriteria ook een taak van de leerkracht.



5: Conclusie

 De kern van beide leerplannen is volgens mij gelijk. De beschrijving van het vak PO als middel om tot een authentiek persoon te groeien en de noodzaak van de ontwikkeling van creatief denken en leren communiceren met beeldtaal staat centraal. Ook bij de pedagogisch didactische aanpak zijn er veel gelijkenissen, vooral ook op het vlak van evalueren. Het proces is belangrijker dan het resultaat. De grootste verschillen vind je waarschijnlijk bij de doelstellingen. Het is voor leerlingen haartooi bijvoorbeeld enkel noodzakelijk om de doelstellingen te halen. Over Eindtermen en voeten worden niet echt gesproken. De opdrachten zullen ook vaak aanleunen bij de keuze van de studierichting. Over de beginsituatie tenslotte wordt er veel uitgebreider op in gegaan in het leerplan van het eerste leerjaar A om de vele verschillen tussen de leerlingen aan te tonen en de heterogeniteit te beklemtonen.

.

woensdag 25 september 2013

Blog opdracht VD 2 Deel 1

1. Lesinhoud: De inhoud van de les ging over waar je allemaal terecht kan komen met je diploma van bachelor in de plastische opvoeding. Dit houdt niet enkel het vak plastische opvoeding in maar ook vakken als kunstinitiatie en plastische en decoratieve technieken. Tijdens de les hebben we de verschillende onderwijsbevoegdheden per onderwijsniveau gezien. Tenslotte heb ik nog gezien hoeveel studie-uren we voor het vak VD 2 PO nodig hebben. Ook hebben we al wat uitleg over de stageperiode gehad.

2.Ik vond het verrassend om te ontdekken dat je met het te behalen diploma niet enkel plastische opvoeding kan geven in de eerste graad maar dat je ook andere vakken als kunstinitiatie, plastische en decoratieve technieken, vormstudie waarnemingstekenen, etc... kan geven, als eveneens in het deeltijds kunstonderwijs staan in de lagere graad (kleurstudie, kunstinitiatie).

3.Ik vond het een goed en praktische eerste les die je toch wel eens vertelt waar het op staat en wat je met je diploma aan kan vangen. Ik vond het ook passend dat de eerste les nog niet teveel theorie of werk bevatte maar alles toch eerst op een rustige manier benaderde met voldoende uitleg. De vergadering op het einde van de les was een leuke eerste stap naar het herhalen van het maken van een eigen les.



woensdag 1 mei 2013

Reflectie praktijksemiinaries



Ik vind dat de lessen over het algemeen goed verlopen zijn. De inhoud die ik wou meegeven wou ik op een leuke manier presenteren en ik denk dat ik daar wel enigszins in geslaagd ben. De linken tussen product en affect zaten ook goed in elkaar vond ik. Ik ben ook van mening dat beide lessen op een zinvolle manier aanzetten tot creativiteit. Minpunten waren dan eerder het verliezen van de structuur van de les naarmate ze vorderde.Vooral orde en structuur zijn nog zaken waar ik meer belang aan moet hechten bij het geven van een les; zodat ik de rode draad van de les kan blijven vasthouden.

Reflectie praktijkseminarie 1

De les waarbij ik akelige portretten geïnspireerd door Spilliaert door de leerlingen liet tekenen en schilderen met inkt vond ik doeltreffend en simpel, maar ze kon misschien nog mooier verpakt worden door linken te maken met de leefwereld van de jongeren. (zombies etc.). Ik vond achteraf dat de fase waarin schaduw werd aangebracht in potlood op de schets overbodig was en beter direct met inkt kon gedaan worden. Ik denk wel dat ik op een goede manier voor de klas stond en ik een vlotte communicatie had naar de leerlingen toe. Ik vond het ook erg spijtig dat ik mijn uitprint van de KB als superstaalkaart van de 1ste fase vergeten was en dat daardoor de leerlingen de afbeelding op computer moesten bekijken maar het was beter dan niks. Uiteindelijk ben ik toch tevreden over het eindresultaat van de gegeven les

Reflectie praktijkseminarie 2

Ik ben enigszins wel tevreden over de les waarbij ik leerlingen een Bacon versie van een bestaand, ingetogen werk laat maken. De les liep naarmate ze vorderde niet zo vlot meer en ik verloor een beetje de rode draad. Ik raakte de volgorde van enkele dingen kwijt en vergat zelfs grote delen van mijn bordschema. De les begon nochtans eigenlijk vrij goed en zit inhoudelijk wel goed in elkaar maar de KB duurde net iets te lang en de aandacht van de leerlingen nam wat af. Ik raakte na vervolg van tijd zelf in de war en begon dan ook dingen door elkaar te slaan of te vergeten. Ook de manier waarop ik omging met de leerlingen verliep dan niet zo vlot meer en dat vond ik ook wel spijtig.

Al bij al denk ik wel enkele dingen te hebben bijgeleerd en hoop ik steeds beter voor de klas te kunnen staan en iets te kunnen meegeven op een boeiende en onderzoekende manier. Ik vond het motiverend Veerle te horen zeggen dat je die "gasten" alles kan laten doen als je het onderwerp maar op de juiste manier aanbrengt en hoop dat zeker in het achterhoofd te kunnen blijven houden bij het maken van toekomstige lessen.

zondag 3 maart 2013

Les 04/03

De leerlingen maken een expressief schilderij gebaseerd op een bestaand werk en geïnspireerd door Bacon waarbij uitspringende kleurcontrasten en de ruwe schildertechniek zorgen voor een krijsend en ruw beeld.

Eigen creatie:

 
De opdracht is zinvol omdat ze leren kleurencontrasten te integreren in hun werk om een bepaald gevoel te versterken. Kleur geeft dus op deze manier inhoud en is een antwoord op het probleemoplossend denken van de leerling. Ook leren ze hoe ze een expressief gezicht kunnen weergeven - dus vorm in functie van het schreeuwende.
 
Er wordt vooral onderzocht hoe de beeldaspecten kleur en vorm kunnen zorgen voor het gewenste krijsende en hevige affect.

zondag 24 februari 2013

Reflectie PRPO1 duo les.

 Ik ben persoonlijk tevreden met de gegeven les PO over 'krachtige stillevens' die ik samen met Femke Gelas voorbereid heb. Ik vond de les leuk om te geven en ook gemakkelijker dan de lessen die ik vorig jaar gaf omdat ik beter voorbereid was en de opdracht vakinhoudelijk beter in elkaar zat. De linken van het beeldmodel zaten voor mij goed en ik vond dat met de opdracht veel te doen was. De opdracht is zowel zinvol technisch als op creatief vlak omdat de leerlingen probleemoplossend leren denken met zowel materiaal als bepaalde beeldaspecten. Het is leuk om te zien wanneer je tijd en werk dat je erin stopt toch eindelijk loont en ik vind van mezelf dat ik een belangrijke stap heb kunnen zetten tot het vormen naar een goede leerkracht toe. Ik vond zelf dat ik pedagogisch goed voor de klas stond en ook minder last had van zenuwen omdat ik beter voorbereid was maar ik vind wel dat het nog beter kan. Ik wil graag nog iets meer het enthousiasme in mijn lessen steken en onderzoekend werken, zodat de verwondering bij de leerlingen ook groter is wat ze hopelijk nog meer in de les gaat interesseren.Qua organisatie en structuur vond ik dat de les goed zat: de afbeeldingen en de muziek stonden klaar op voorhand, de demonstratie verliep vlot en al het materiaal was voorhanden, er werd aandacht besteed aan het bordplan en de werkpuntjes en de les verliep binnen de geplande tijdspanne. Ik hoop dat ik tegen de volgende praktijkweek met een minstens even goede les kan opdraven, niet enkel om er eindelijk op door te zien maar vooral ook om er wat uit te leren.

Ik heb geleerd dat:

- een goede les PO niet altijd complex of uitgebreid moet zijn maar dat het simpel houden soms de beste resultaten oplevert.
- Op voorhand oefenen veel verschil maakt.
- enthousiasme van de leerkracht zelf belangrijk is.
- Het proces belangrijker is dan het eindresultaat
- Het vak PO niet enkel maar wat knutselen is met beeldaspecten en affecten maar dat het leerlingen ook werkelijk verbetert in hun onderzoekend en probleemoplossend denken.